Zorg

afbeelding van Jan Wouter Vasbinder

Ik ben een vriend van de wetenschap en ik maak me grote zorgen.

De wetenschap is in de afgelopen eeuwen geëvolueerd via disciplines die zich op steeds kleinere bouwstenen van systemen richtten, en die de interacties tussen die bouwstenen vrijwel geheel onbestudeerd lieten.

Deze wetenschap heeft geleid tot uitvindingen als vaccines, auto’s, televisie, pesticiden, plastic, computers, kernenergie, internet en mobiele telefoon. Deze uitvindingen hebben de wereld dramatisch veranderd, vaak op een manier die niet was bedoeld was en niet werd begrepen. We weten nu hoe technologie toe te passen voor onze gezondheid, ons voedsel, onze mobiliteit, onze energie, onze veiligheid, onze entertainment, onze handel en onze oorlogen. Maar de effecten van technologie op de evolutie van de natuurlijke, sociale en zelfs de kunstmatige systemen waar we van afhankelijk zijn, kennen we niet.

De focus van de wetenschap op de bouwstenen van de natuur, hebben niet geleid tot theorieën die ons helpen de systemen als geheel te begrijpen.

Alleen met zulk begrip kunnen we hopen dat de mensheid manieren vindt om duurzaam te voorzien in haar behoefte aan voedsel, energie, water en veiligheid.

Om dat begrip te ontwikkelen hebben we een nieuw type wetenschap nodig.

Zoals Nobelprijs winnaar Sydney Brenner op een conferentie in Almen In Oktober  2007 het uitdrukte: “one crucial aspect of this new science is its shift from studying isolated parts of systems to studying systems as a whole, that is both the parts and the interactions between them”.

(Voor vervolg zie volgende bijdrage) 

Zorg

afbeelding van Jan Wouter Vasbinder

Als vriend van de wetenschap maak ik mij grote zorgen over de onuitgesproken vanzelfsprekendheid dat er meer geld moet naar de wetenschap zoals die nu wordt bedreven, zonder speciaal geld vrij te maken voor nieuwe wetenschap.
Die nieuwe wetenschap zou je kunnen karakteriseren als het zoeken naar fundamentele inzichten hoe natuurlijke, kunstmatige en sociale systemen ontstaan en evolueren en het zoeken naar hun gemeenschappelijk thema’s. De drijvende kracht in de ontwikkeling van deze wetenschap zou een multidisciplinaire samenwerking moeten zijn tussen toponderzoekers die hun vak op het hoogste niveau en met grote verbeeldingskracht beoefenen.

Echter, de bestaande wetenschappelijk instituties zijn er niet op ingericht om wetenschappen te kiemen en koesteren die zijn gebaseerd op interdisciplinaire samenwerking. En wetenschappers worden niet gestimuleerd om de wereld buiten hun disciplines te verkennen. Integendeel, carrièrepaden, peer-recognition, publicatiekanalen en publieke financiering van onderzoek werken allemaal naar het handhaven en versterken van een verdere disciplinaire oriëntatie.

Om deze nieuwe wetenschap tot ontwikkeling te kunnen zou, naast de bestaande fondsen voor wetenschap, een wetenschapsfonds moeten worden ingericht, dat alleen de ontwikkeling van nieuwe wetenschappen ondersteunt.
De toewijzing van fondsen voor die nieuwe wetenschappen zou nadrukkelijk niet moeten gebeuren door de bestaande instituties zoals NWO, STW, de universiteiten of de KNAW, en evenmin door de mensen die daar nu bij betrokken zijn.
De toewijzing van fondsen zou moeten gebeuren door een selectie van de beste wetenschappers in de wereld, die hebben laten zien dat hun interesse veel verder gaat dan hun eigen disciplines, die zich niet laten drijven door druk op snelle resultaten of commerciële toepassingen en die groot gevoel voor avontuur combineren met een scherp gevoel voor wetenschappelijke kwaliteit

Plaats een nieuwe reactie