Science and technology
In 2005 publiceerden Kees le Pair en Margriet Jansz het artikel “De onzichtbare techneut” http://www.clepair.net/onzichtbare%20techneut.htm.
In dat artikel stellen en illustreren zij dat de technicus in de wetenschap onzichtbaar is. Een citaat: “Al te licht is men geneigd het resultaat van wetenschappelijk onderzoek te meten naar de papieren publicaties die eruit voortkomen. [....] Publicaties worden [..] door andere onderzoekers gelezen, die bouwen erop voort. Zij publiceren ook en verwijzen in hun artikelen, rapporten en boeken naar hun voorgangers. Zo kunnen publicaties en de citaties daarin een indicator worden voor de productiviteit van een instituut en de impact van het daar uitgevoerde werk.
Aan deze redenering kleeft, als het om technologie gaat, een fundamentele fout. De veronderstelling is nl. dat nieuwe kennis die in het onderzoek gegenereerd wordt, alleen via publicaties in 'alfa-numerieke vorm’ openbaar wordt. Dat is onjuist. Als men een nieuw apparaat maakt, een nieuw proces ontwerpt, of een nieuwe stof maakt, wordt de 'output' van het werk ook publiek gemaakt door de verkrijgbaarheid van het apparaat, het proces of die stof. Alleen, om er kennis van te nemen en er vervolgens op voort te kunnen bouwen – dat is wat anders dan het gebruiken, dat laatste is techniek, het eerste is technologie – moet men het kunnen decoderen. Daarvoor zijn dan wel andere vaardigheden vereist dan het beheersen van de taal’. (einde citaat)
Het is de moeite waard het artikel in zijn geheel te lezen en je dan vragen te stellen als: “Wat is de betekenis voor de samenleving van valorisatie van wetenschappelijk onderzoek in vergelijking met de betekenis van technologie?” en “Waar moet je die betekenis aan afmeten?”
Geheel nieuwe handvatten voor een antwoord op die vraag geeft het recente (augustus 2009) boek van W. Brian Arthur: “The Nature of Technology, what it is and where it comes from”. Als de tekenen niet bedriegen gaat dat boek een grote impact krijgen op het denken over technologie en wetenschap.
Arthur in een recent interview (20 oktober 2009) met John Markoff van de New York Times: “What I began to realize as I got into the project is that everything emerges out of technology,” “It’s technology that gives rise to both modern science and the economy, and we tend to think of it in reverse — that science gives rise to technology and the economy gives rise to technology. But technology is more fundamental than either one.”




Techniek is middel, wetenschap stelt de doelen
Dit is nou toch werkelijk een misverstand. Techniek is een middel en wordt ontwikkeld met een doel voor ogen. Die visie formuleert de wetenschap (niet noodzakelijk wetenschappers). De technicus heeft theorie in het hoofd en formuleert een doel naar aanleiding van nieuwe (zelf opgedane) kennis of (zelf ontwikkelde) visie. Techniek die om zichzelf wordt uitgevonden is meestal puur toeval of autistisch. Natuurlijk gaan mensen creatief met techniek om zodat het gebruikt wordt voor andere doeleinden dan waar het ooit voor ontwikkeld was (bv. boterhammes als schroevendraaier). Daarmee initieert die techniek het opdoen van en zoeken naar nieuwe kennis.
Veel erger is dat de mensheid zo gewend is aan de aanwezigheid van techniek en wetenschap dat ze niet meer beseffen waar het vandaan komt. Mobieltjes groeien kennelijk aan de boom. Ze vragen zich oprecht af wat men nou allemaal uitspookt aan zo'n universiteit en waarom ze dat allemaal moeten betalen om vervolgens met hun telefoon (communicatietechniek) de dokter (medicijnen) op te bellen onderwijl op Internet (informatica) opzoeken welk pilletje (farmacie) ze nodig hebben, op de fiets (mechanica) langs de dijk (weg- en waterbouw) naar huis (bouwkunde) rijden om de TV (electrotechniek, mediapsychologie) aan te zetten met een biertje (chemie, gezondheidswetenschap) erbij.
Plaats een nieuwe reactie