Kan het effectiever

Het antwoord op de vraag of Nederland meer publiek geld moet investeren in wetenschap volgt niet uit een vergelijking met het buitenland. Niet de hoeveelheid geld is maatgevend, maar de effectiviteit van de inzet ervan voor hetzij het verleggen van de grenzen van de kennis, hetzij het effect voor de samenleving.

In de financiering van wetenschap vanaf de 2de wereldoorlog tot midden jaren 70, was het publieke budget voor het verleggen de grenzen van kennis vrijwel onbeperkt, zonder een kritische reflectie op het maatschappelijke effect. Iedere wetenschapper kon met publiek geld naar eigen keuze de grenzen van kennis proberen te verleggen.
Omdat wetenschap zich vrijwel geheel vanuit disciplines ontwikkelde, werden alleen grenzen verlegd die binnen de disciplines werden gezien en, omdat het nut van wetenschap boven iedere twijfel was verheven, werd enorm veel geld gestopt in wetenschappelijk onderzoek dat geen enkel nut had. Dat feit werd verduisterd door de grote technologische doorbraken van de jaren 50 – 70. Niemand zag of durfde zeggen dat die successen waren gebaseerd op combinaties van bestaande technologie met wetenschap van voor, tijdens of vlak na de tweede wereldoorlog en dat door de enorme hoeveelheid publiek geld dat na de tweede wereldoorlog werd geïnvesteerd, de afstand tussen theorieën en praktijk steeds groter werd en de relatieve opbrengsten van die investeringen voor de mensheid steeds kleiner.

Pas toen in de jaren zeventig Japan de wereld leek te veroveren met nieuwe combinaties van technologie en kennis die in het westen waren ontwikkeld, kwam er verandering. Die begon in Amerika en leidde aan het eind van jaren 70 in Nederland tot DE Innovatienota. De vraag die daarin centraal stond was hoe beter gebruik te maken van wetenschappelijk onderzoek. De antwoorden op die vraag hebben vrijwel nergens gewerkt, ze hebben er alleen toe geleid dat het zicht op de werkelijke problematiek nog langer verborgen bleef.
De werkelijke vraag die in de innovatienota had moeten worden gesteld en die ook nu nog niet is gesteld is: hoe kunnen we de wetenschap zo organiseren dat de beste geesten in de wereld zich weer bezig gaan houden met het zoeken naar de fundamentele wetmatigheden die er de oorzaak van zijn dat de wereld zo in elkaar zit als die in elkaar zit. Als we die wetmatigheden kennen, zullen we de problemen van die wereld kunnen oplossen.

Hoe maak je publieke investeringen in kennis effectief? Dat vraagt antwoorden op vragen zoals: hoe komt de agendering van wetenschappelijk onderzoek tot stand, hoe ziet de brug naar de maatschappelijke relevantie er uit? Antwoorden op die vragen moeten de realiteit van de asymmetrische verdeling van talent en motieven als startpunt hebben:
Er is een kleine groep wetenschappers die de genialiteit heeft om, gedreven door intuïtie, de grenzen van de kennis te vinden en te verleggen. Die wetenschappers (niveau Spinozaprijs), moeten de ruimte krijgen om onderzoek te doen dat zij nodig achten en daarbij het talent te mobiliseren dat zij herkennen.
Een veel grotere groep wetenschappers kan voortreffelijk onderzoek doen, maar mist dat sprankje genialiteit (intuïtie) om tot echte doorbraken te komen. Die groep moet zijn richting krijgen van de eerste en projecten voorstellen die passen binnen die richting. Deze projecten worden beoordeeld op wetenschappelijke merites, maar de keuze welke van de projecten worden uitgevoerd, wordt gemaakt door maatschappelijke organisaties, overheid of andere partijen die een belang zien in de uitvoering ervan.
Het resultaat is dat de wetenschap over de richting en wetenschappelijke kwaliteit beslist en de samenleving (de verzamelde derde partijen) over de relevantie voor samenleving.
Dit model laat geen ruimte voor onderzoekers die tot geen van beide groepen behoren. Die hebben geen plaats in het publieke bestel, maar kunnen heel goed worden ingezet binnen private organisaties die in opdracht van derden contractonderzoek uitvoeren.
Dit model biedt juist wel plaats voor studenten. Die moeten, onder leiding van wetenschappers van de eerste twee groepen, methodes leren om orde te scheppen in de chaos van het onbekende. Het echte talent daarin kan wetenschapper worden, het mindere talent moeten zijn opleiding buiten de wetenschap inzetten.

Nederland kan hier nog grote slagen slaan. Een voorwaarde is wel dat veel meer geld en energie wordt gestoken in het opruimen van de institutionele betonblokken die nu verantwoordelijk zijn voor de verdeling van de fondsen voor de wetenschap en die tezamen de vraag naar die fondsen vaststellen.

Vasbinder snijdt direct in de

Vasbinder snijdt direct in de eerste alinea een interessant punt aan: of de uitgaven van andere landen maatgevend moeten zijn voor de Nederlandse uitgaven. V. stelt dat dit niet het geval is, de uitgaven moeten effectief zijn, dan is er immers maximale waarde voor de samenleving.

Afgezien van het feit dat ik niet geloof dat NL in een vacuum opereert (Welke wereld is mondialer dan die van de wetenschap?), wil ik graag wat dieper ingaan op zijn opmerking over effectiviteit. De impliciete assumptie is hier dat als NL haar geld effectief inzet dat we dat miljard achterstand tot de wereldtop wel kunnen overbruggen.

Maar dat kan natuurlijk alleen als die andere toplanden (Zweden, Denemarken, Zwitserland) haar geld minder effectief inzet en dat ligt eigenlijk helemaal niet voor de hand. Sterker nog, je kunt er vanuit gaan dat zij dit maximaal effectief doen! Dat betekent dus dat we onze gelden uiteraard effectief moeten benutten (dat moet altijd!), maar dat we op die manier nooit onze forse financiële achterstand (zie grafieken in balk helemaal onder) kunnen inlopen! Als we echte waarde voor de samenleving willen creëren, zullen als natie toch echt meemoeten in de rat race...

Verder is de invulling van het wetenschapsysteem door V. reuze interessant. Al roept het bij mij een vraag op: hoe maakt een wetenschapper de stap naar 'niveau Spinozaprijs' (toch een beetje een oeuvreprijs) en hoe selecteer je dat soort briljante personen? Moet je om mensen van dit niveau te laten opstaan (ontwikkelen) niet eerst ruimte geven aan wetenschappers nog zonder merites? Slaat een echte meritocratie niet juist alle creativiteit dood?

het kan veel beter

JWV heeft gelijk: vergelijken met het buitenland is niet zinvol; zelfs als het onderzoek in het buitenland maximaal efficient zou zijn (wat zeker niet het geval is), dan nog levert de vergelijking hooguit een zeer globaal beeld. Veel interessanter is de suggestie die JWV wekt dat de wetenschapsbeoefening veel beter kan. Ik ben het daar hartgrondig mee eens.
Hierbij een (ruw) voorstel voor een nieuwe inrichting van het onderzoek in Nederland.
Elke leerstoel krijgt een aan onderzoek te besteden bedrag. Het onder verantwoordelijkheid van de leerstoel uitgevoerde onderzoek wordt een (nader te bepalen) aantal jaren na de toekenning geëvalueerd door een internationale commissie. Op grond van de resultaten van die evaluatie worden de aan de leerstoelen toe te kennen bedragen opnieuw bepaald: bij goede resultaten worden ze verhoogd, bij slechte verlaagd. De evaluatie zal gebaseerd zijn op een mix van wetenschappelijke en maatschappelijke criteria die tijdig bekend zijn en niet lopende het onderzoek worden veranderd. Er kunnen verschillende sets criteria naast elkaar bestaan, al naar gelang de maatschappelijke inzichten in hoe onderzoek te beoordelen zich ontwikkelen.
Leerstoelen die bij herhaling slecht presteren worden herbezet of opgedoekt.
Natuurlijk zijn er details die nadere uitwerking behoeven, waarbij vooral de overgang van het huidige systeem naar het voorgestelde problemen zal geven. Het model heeft echter grote voordelen boven het huidige: er gaat geen kostbare tijd (en vooral: aandacht) verloren met het schrijven van onderzoeksvoorstellen; organisaties als NWO kunnen bijna geheel worden ontmanteld; het systeem heeft een ingebouwde neiging tot kwaliteitsverbetering; beoordeling vindt plaats op basis van werkelijke prestaties, niet op basis van voorstellen waaruit vooral iemands vaardigheid in het schrijven van voorstellen blijkt; door de formulering van de evaluatiecriteria kan interdisciplinair onderzoek gestimuleerd worden ...

pas op de plaats

afbeelding van Matthijs den Besten

Natuurlijk kan alles altijd beter, maar ik zou er voor waken om het systeem radicaal om te gooien. Ik geloof niet dat ik JWV's visie deel dat de wetenschap sinds '45 weinig waardevols heeft voortgebracht. Zelfs al waren de nieuwe technologieen slechts combinaties van oudere vondsten dan wil dat nog niet zeggen dat het onderzoeken en ontdekken van combinaties een frivole bezigheid is.

JWV stelt dat we ons weer op de fundamentele wetmatigheden moeten richten. Zeker, dat is nuttig, maar deze fundamenteel reductionistische agenda is maar een beperkt deel van al wat wetenschapelijk en sociaal van belang kan zijn. Het is bijvoorbeeld maar de vraag of het zoeken van fundamentele wetmatigheden de snelste route is voor het bestreiden van kanker. Zie ook de bijdrage van Steven Weinberg aan de New York Review of Books meer dan 10 jaar geleden.

Ik sluit me aan bij Edo z'n scepsis wat betreft het gebruik van de Spinoza prijs om te bepalen wie in de toekomst wetenschappelijke vrijheid krijgt en wie in een keurslijf gedwongen wordt. Ik geloof echter niet dat de internationale commissies die Boasson voorstelt het veel beter zouden doen. In beide gevallen bevestigd dat de macht van gevestigde namen en disciplines, terwijl innovatie het moet hebben van diversiteit en frisse ideeën. Liever zou ik terug willen naar het oude systeem: een zekere betrekking voor het gros van de wetenschappers en de mogelijkheid om genialiteit uitzonderlijk te belonen. Voor we de boel omgooien is het van belang eerst beter te begrijpen hoe het huidige systeem werkt. "Toward a new economics of science" door Partha Dasgupta en Paul A. David (research policy 23:487-521, 1994) is daarvoor een uitgelezen beginpunt.

Vasbinder heeft gelijk

Vasbinder heeft gelijk. We dien het systeem om te gooien. Het werkelijke probleem is, dat de 'gevestigde' orde er geen belang bij heeft om het systeem te veranderen. De politiek heeft te weinig kennis om het systeem te doorgronden. We zitten dus in een patstelling. Luisteren naar geluiden van 'derden' en leiderschap tonen, dat is de opgave waar we voor staan.

Plaats een nieuwe reactie